De BNA ontving onlangs politiebouwmeester Eric Luiten en vertegenwoordigers van het Bureau Spoorbouwmeester voor een werkbezoek in Delft. Tijdens het bezoek stond de vraag centraal hoe architecten en publieke opdrachtgevers beter kunnen samenwerken bij complexe ruimtelijke opgaven. Het programma begon bij Mecanoo en werd vervolgd met een bezoek aan Urban Woods van Urban Climate Architects.
Politiebouwmeester Eric Luiten: “Binnen de ontwerpwereld is sprake van een grote variatie aan vaardigheid, profielen en repertoire. Het werkbezoek onderstreept dat er andere manieren van samenwerken mogelijk zijn die kunnen bijdragen aan de innovatie, versnelling en effectiviteit. Maar het begint met goed nadenken over de vraag die je stelt als opdrachtgever. Pas als je die scherp hebt, weet je welke bureaus je nodig hebt en kun je een goede samenwerking organiseren. ”
Tijdens het gesprek tussen de aanwezige architecten en bureau bouwmeesters kwam naar voren dat veel kansen ontstaan in de vroege fase van een project. Wanneer ruimtelijke ontwerpers al bij de formulering van de opgave betrokken zijn, kunnen zij belangen zichtbaar maken en tegen elkaar afwegen. Dat helpt om keuzes scherper te maken en voorkomt dat belangrijke ruimtelijke kansen later in het proces verloren gaan.
BNA-voorzitter Jeroen de Willigen:
“Architecten hebben een bijzondere positie in het bouwproces. Wij hebben geen direct financieel belang bij de omvang van een project. Daardoor kunnen we belangen bij elkaar brengen en zichtbaar maken wat wel en niet werkt. Juist in de vroege fase helpt dat om tot betere en uitvoerbare oplossingen te komen.”
Ook de rol van opdrachtgevers kwam uitgebreid aan bod. De deelnemers spraken over het belang van continuïteit in samenwerking, het leren van eerdere projecten en het creëren van ruimte voor ontwerpkracht in aanbestedingen. Daarbij werd benadrukt dat vertrouwen tussen partijen een belangrijke voorwaarde is om complexe opgaven goed te kunnen realiseren.
Voor de BNA is het werkbezoek onderdeel van een bredere inzet om de onderlinge band met de verschillende bouwmeesters te versterken. Juist bij grote maatschappelijke opgaven is een integrale benadering nodig. Door het gesprek tussen ontwerpers, opdrachtgevers en adviseurs te blijven voeren, kan ontwerpkracht beter worden ingezet bij de ruimtelijke vraagstukken van deze tijd.


