Uitspraak D25.001


Ontwerp van een woonhuis. De opdracht van het architectenbureau was beperkt tot het ontwerp en vergunningsaanvraag, zonder uitvoering en directievoering. 

Klacht over ondeugdelijk uitvoeren van opdracht en het onjuist handelen ten aanzien van een door het architectenbureau aangedragen aannemer. Volgens klagers had het architectenbureau tijdens de uitvoeringsfase moeten waarschuwen voor de aannemer, omdat het bureau (i) de aannemer had aangedragen, (ii) de offerte van de aannemer heeft ontvangen en beoordeeld, (iii) vaker met de aannemer heeft gewerkt en de aannemer werkzaamheden verrichtte aan het woonhuis van de architect en (iv) het kantoor van het bureau en de woning van de architect vlakbij de woning van klagers zijn gesitueerd. De klachten zijn ongegrond.

De werkzaamheden van een architectenbureau kennen verschillende fases. Het is aan het architectebureau om voorafgaand aan de werkzaamheden helder en duidelijk te communiceren wat de werkzaamheden van het architectenbureau in de verschillende fases kunnen zijn. Daarbij dient ook aan de opdrachtgever uitgelegd te worden wat de gevolgen zijn als het architectenbureau niet bij een bepaalde fase betrokken is dan wel bepaalde werkzaamheden niet verricht. Een manier om deze voorlichting en vastlegging op een adequate manier te regelen, is door de Consumentenregeling 2013 (CR 2013) te gebruiken. Op basis van de stukken kan het College niet vaststellen of het architectenbureau klagers voldoende heeft voorgelicht.  Aangezien niet over de voorlichting is geklaagd, laat het College dit in het midden.

Het architectenbureau heeft de opdracht niet ondeugdelijk uitgevoerd. Het kan voorkomen dat de maten in ontwerptekeningen afwijken van de maten die tijdens uitvoering blijken. Tijdens de uitvoering moeten de maten vaak opnieuw worden opgemeten en mogelijk moeten de tekeningen daarop worden aangepast. Omdat het architectenbureau niet betrokken was bij de uitvoeringsfase kon dat niet van het architectenbureau worden verwacht. Dat er vragen zijn van de welstandscommissie betekent niet dat het architectenbureau de opdracht ondeugdelijk heeft uitgevoerd. Ook is niet iedere fout in de tekening een dusdanige fout dat er sprake is van een schending van de BNA Gedragscode. Uit de stukken volgt niet dat er ongebruikelijk veel onduidelijkheden in de tekeningen waren. Als er vragen waren van klagers, heeft het architectenbureau daar adequaat op gereageerd. Ook het kozijnenplan, elektraplan en de tekeningen voor water en riolering waren afdoende.

Een architectenbureau heeft, in zijn algemeenheid en in dit geval, geen zorgplicht om een opdrachtgever uit eigen beweging te waarschuwen voor een aannemer nadat de opdracht voor het architectenbureau is afgerond. Er waren geen bijzondere omstandigheden die dat anders maken.

 

Download gestart

Het document wordt automatisch gedownload. Mocht dit niet werken, klik dan op de knop hieronder:

Handmatig downloaden