De Hallen
De Hallen Amsterdam; een dood en verwaarloosd monument met 15 jaar mislukte plannen is nu weer het werkende hart van West. Een balans tussen sociaal economische functies zonder subsidie. De omgeving profiteert sterk mee en nu al is sprake van "het Hallenkwartier". In het eerste jaar kregen De Hallen 2 miljoen bezoekers.
Toelichting categorie
De Hallen Amsterdam past eigenlijk in 3 verschillende categorieën: identiteit & icoonwaarde, stimulerende omgeving en leefbaarheid & sociale cohesie. Er is gekozen om deze laatste extra toe te lichten. leefbaarheid en sociale cohesie Het stimuleren van mensen onderling, dat is wat De Hallen vanaf het begin gedaan heeft. Een unieke vitale coalitie van een niet winst beogende stichting, buurt, architect als ondernemer en gebruikers met een heel bijzondere financiële constructie met private partijen die door onderhoudsaftrek aangewezen door belasting met een projectrendement van 5% genoegen nemen. Zonder subsidie maar met een betrouwbare en faciliterende overheid. De Hallen heeft hiermee ook een voorbeeldfunctie voor kansen van burgerinitiatief. Daarnaast is de maatschappelijke meerwaarde heel direct vertegenwoordigd in de invulling van het complex: Bibliotheek, Recycle, Beeldend Gesproken en Kinki Academy als sociale firma’s en een Ambachtenhal met DenimCity en ROC opleiding. Door een zeer hoge duurzaamheid en het bewust vereffenen van de huren kunnen deze sociale functies zonder subsidie in De Hallen aanwezig zijn. Commerciële bedrijven als Hotel De Hallen, De Filmhallen, De Hallen Studio’s en de Foodhallen dragen hierdoor een relatief hogere huurprijs. Voor het meerjarig onderhoudsplan heeft De Nijs als Maatschappelijk Verantwoord Ondernemende aannemer zich vastgelegd als leer-/werkbedrijf. Hierdoor zijn de participatiebanen in het project ruim vertegenwoordigd. Waar de Tramremise ooit een gesloten enclave was waarbinnen arbeid werd verricht, is De Hallen nu juist een open complex waar zelfs de looproute door de oorspronkelijke traverseerhal (nu Passage) van de Bilderdijkkade naar de Ten Katemarkt als verbinding in de buurt en tussen de verschillende gebruikers fungeert. Op de kantoren na zijn alle functies in het gebouw openbaar toegankelijk. Dat de Hallen gevonden worden als nieuwe huiskamer van de buurt, is duidelijk te zien aan alle ondernemerverwachtingen en bezoekersaantallen die meer dan dubbel zijn in de eerste periode. (Bibliotheek van 70.000 naar 170.000, Filmhallen 120.000 in 4 maanden, hotelbezetting 95%). De Local Goods Market in de Passage trekt meer dan 5.000 bezoekers per zaterdag. Hierdoor is De Hallen een enorme stimulans voor de gehele omgeving, voor de Ten Katemarkt, de winkels, horeca, vastgoed waarde van huizen en minstens 250 arbeids- en leer-/werkplaatsen, juist ook op lagere scholingsniveaus.
Toelichting ontwerp
De opdracht was nieuw leven voor de Hallen. Passend gebruik en gebruikers vinden en luisteren naar het gebouw. Een verantwoorde, duurzame exploitatie en beheer. De initiatiefgroep en de latere participanten waren voor een belangrijk deel ook de verantwoordelijken voor ontwerp en uitvoering: architectenbureau J. van Stigt (architect), Van Rossum raadgevende ingenieurs (constructeur) en De Nijs (aannemer). Achter de Kinkerstraat en tussen de Tollensstraat en Ten Katemarkt, midden in een Amsterdamse volkswijk, is vanaf begin 20e eeuw de tramremise gevestigd voor het onderhoud van de eerste elektrische trams. De door Publieke Werken gebouwde remise, inmiddels Rijksmonument, is in fases gebouwd tussen 1901 en 1928 en toont een karakteristiek front van verspringende hallen. Het complex bestaat uit 6 grote hallen en 1 traverseerhal met lichtstraten en is door het GVB tot midden jaren '80 gebruikt als werkplaats, verloor haar functie en verloederde totaal. De oude traverseerhal is nu de Passage, een nieuwe publieke route tussen de Ten Katemarkt en de Bilderdijkkade. Het terrein rondom de tramremise aan met name de Bellamypleinzijde is een levendig publiek gebied geworden met terrassen en de speelplek van het kinderdagverblijf. Heel bijzonder is dat we vanuit initiatief ook het passend gebruik bij het gebouw gezocht hebben. Naast het plaatsen van filmzalen en studio's in de donkere ruimten, kantoren waar daglicht is en een parkeergarage en fietsenstalling waar funderingsherstel moest plaatsvinden. Bovenal: de sociale firma's, leer-/ werkbedrijven in kleine units aan de Passage. Kortom: "function follows form". Daarnaast was fundamenteel: een duurzaam gebouw met lage energielasten van €10,-/m2/jaar (BREEAM excellent) en een goede (geluids)isolatie naar de buurt om overlast te beperken.





