Wij verwelkomen de hoge ambitie van het nieuwe kabinet om de woningnood met urgentie aan te pakken. Dat bouwen en wonen tot topprioriteit wordt verklaard en dat regeldruk, lange procedures en verkokering expliciet worden benoemd als knelpunten, is een belangrijke stap. Echter, wij waarschuwen ervoor dat snelheid en vereenvoudiging niet mogen leiden tot kwaliteitsverlies. Wonen is meer dan aantallen; het gaat om leefbare wijken, ruimtelijke samenhang en toekomstbestendige gebouwen.
Wij pleiten ervoor om vereenvoudiging altijd te koppelen aan duidelijke kwaliteitsambities en bijbehorende criteria en professionele ontwerpbegeleiding. De voorgestelde vermindering van regels, het schrappen van bezwaarprocedures en het vereenvoudigen van de regels voor optoppen, splitsen en transformatie kunnen bijdragen aan versnelling. Maar zonder heldere kaders ontstaat het risico op versnippering en een ‘ratjetoe’ aan oplossingen, met negatieve gevolgen voor ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en toekomstbestendigheid. Laten we bij alles wat we doen naast de snelheid óók de waardevastheid van wat we maken in het oog houden. Daarmee draag je bij aan (brede) welvaart in de toekomstige woonwijken, verbinding en gezondheid van de maatschappij.
Het coalitieakkoord biedt kansen om een aantal snelheid bevorderende kwaliteitsinstrumenten gericht in te zetten: zo kan het principe Architect aan Zet verder uitgewerkt en ingezet worden en kunnen regionale en lokale bouwmeesters met mandaat helpen waardevaste meters te maken. Dit akkoord laat zien dat de overheid nu bereid is te investeren in structurele oplossingen. Voor de volkshuisvesting biedt dat ruimte om architecten en andere ontwerpers eerder en steviger te positioneren in het bouwproces – als sleutel tot versnelling, kwaliteit en betaalbaarheid. Maak daarbij ook gebruik van reeds bestaande, goed functionerende structuren.
De woningcrisis vraagt om samenwerking tussen Rijk, provincies, gemeenten, ontwikkelaars én ruimtelijke professionals. Zij beschikken over de kennis om slimme verdichting, hergebruik en innovatieve woonvormen mogelijk te maken, juist binnen complexe stedelijke en regionale opgaven.
Wij roepen in deze gezamenlijke reactie het kabinet op om die expertise structureel te benutten bij de verdere uitwerking van het beleid om te komen tot mooie, gezonde en toekomstbestendige leefomgevingen, voor deze generatie en allen die volgen.



