Nederland moet sneller bouwen. Daarover is brede overeenstemming. Het coalitieakkoord onderstreept die urgentie en zet in op vereenvoudiging van regels, versnelling van procedures en meer ruimte voor bouwen.
De BNA wil vanuit de praktijk enkele aandachtspunten meegeven voor het aankomende debat. Architecten zijn betrokken bij vrijwel elk bouwproject in Nederland. Juist daardoor ervaren zij dagelijks waar versnelling werkt en waar processen vastlopen. Het vak van architect gaat daarbij al lang niet meer alleen over tekenen en ontwerpen, maar ook over verbinden, afwegen, verbeelden en het begeleiden van complexe processen waarin publieke en private belangen samenkomen. Architecten werken integraal en brengen ruimtelijke kwaliteit, betaalbaarheid, duurzaamheid, technische haalbaarheid en regelgeving samen in één ontwerp en één proces. En zij hebben geen direct financieel belang bij de omvang of opbrengst van een project.
Sneller bouwen vraagt betere keuzes aan de voorkant, niet alleen minder regels
Versnelling wordt vaak gezocht in het schrappen van regels of het verkorten van procedures. In de praktijk zien wij dat de grootste winst juist zit aan de voorkant van het proces. In integraliteit, duidelijke keuzes en ontwerp dat laat zien wat wel en niet kan. Het is dan inefficiënt om opgaven steeds klein en versnipperd aan te pakken.
Grootschalige woningbouwlocaties vragen om integrale sturing
Het coalitieakkoord benoemt terecht de ontwikkeling van grootschalige woningbouwlocaties van nationaal belang. In de praktijk zien wij dat juist dit type opgaven kansen biedt om versnelling, betaalbaarheid en kwaliteit te verbinden. Grotere gebieden maken het mogelijk om vanaf het begin integraal te ontwerpen: woningen, voorzieningen, mobiliteit, groen en energie als één geheel. Door groter te denken, langer samen te werken en vanaf het begin te sturen op kwaliteit ontstaat rust in het proces. Dat leidt niet alleen tot betere plannen, maar ook tot snelheid en lagere kosten.
Welstand, kwaliteitstoetsing en de borging van het publieke belang
In het coalitieakkoord wordt voorgesteld om bestaande toetsingspraktijken te herzien en meer te werken met ruimtelijke kwaliteitskaders. Daarbij wordt ook gesproken over het beperken of vervangen van de rol van welstand. Dat vraagt om een zorgvuldige afweging: hoe blijft ruimtelijke kwaliteit en het publieke belang geborgd wanneer toetsing wordt vereenvoudigd en verantwoordelijkheden verschuiven? Architecten spelen hier een cruciale rol. Niet alleen als ontwerpers, maar als adviseurs die belangen wegen, haalbaarheid toetsen en keuzes inzichtelijk maken. Juist doordat architecten geen direct (financieel) belang hebben, kunnen zij sturen op kwaliteit, samenhang en uitvoerbaarheid.
Ervaringen met pilots als ‘Architect aan Zet’ (gemeente Groningen en Rotterdam) laten zien dat vroegtijdige inzet van ontwerpkennis kan bijdragen aan minder bezwaar, snellere besluitvorming en betere plannen. Dat is geen extra laag, maar een manier om het proces slimmer in te richten.
Vergunningsvrij optoppen en splitsen: effectief binnen een gebiedsgerichte aanpak
Optoppen en splitsen zijn middelen om snel woningen toe te voegen, zeker in bestaand stedelijk gebied. Hun effectiviteit staat of valt echter met de manier waarop zij in een bredere ruimtelijke context worden toegepast. Zonder duidelijke ruimtelijke kaders en ontwerpbegeleiding dreigt een optelsom van individuele ingrepen met ongewenste gevolgen voor leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en draagvlag in wijken.
Architecten beschikken over de expertise om deze ingrepen te verbinden aan een bredere visie op het gebouw, de straat en de wijk zodat versnelling niet ten koste gaat van de kwaliteit van de leefomgeving.
Samenhang en kwaliteit als structurele opgave
In het verleden kende Nederland een architectuurbeleid, waarin ontwerpkwaliteit expliciet werd gezien als een publieke waarde. Dat beleid bood geen extra regels, maar gaf richting aan keuzes in de gebouwde omgeving. Nu voorstellen worden gedaan om regels te vereenvoudigen en procedures te verkorten, is het relevant om te bezien hoe die samenhang en kwaliteitsambitie ook nu structureel kunnen worden geborgd.
Concrete aandachtspunten voor het Kamerdebat
Met het oog op het debat willen wij de volgende vragen aan bewindspersonen en woordvoerders meegeven die wat ons betreft essentieel zijn bij de verdere uitwerking van het coalitieakkoord:
1. Hoe wordt ruimtelijke kwaliteit en het publieke belang geborgd wanneer bestaande toetsingspraktijken worden vereenvoudigd en gemeenten meer ruimte krijgen voor vergunningsvrij bouwen?
2. Hoe voorkomt het nieuwe kabinet dat verruiming van vergunningsvrij optoppen en splitsen leidt tot versnippering van wijken en verlies aan samenhang en leefbaarheid?
3. Het coalitieakkoord zet terecht in op regie bij woningbouw. Wie is binnen deze koers verantwoordelijk voor het bewaken van ruimtelijke kwaliteit, juist wanneer procedures worden verkort en regels worden geschrapt?
4. Op welke wijze wordt ontwerpkennis structureel aan de voorkant van het bouwproces benut, zodat versnelling niet pas achteraf hoeft te worden gecorrigeerd?
5. Is het beoogde kabinet bereid om, naast het vereenvoudigen van regels en procedures, te verkennen hoe ontwerpkwaliteit en integraliteit structureel kunnen worden geborgd? Bijvoorbeeld via een eigentijds architectuurbeleid, zoals Nederland dat eerder kende?



