Jeroen de Willigen werd in september 2023 interim-voorzitter en is in maart 2024 officieel benoemd tot vaste voorzitter van de Bond van Nederlandse Architectenbureaus. Op 8 januari neemt hij afscheid, om verder te gaan als stadsbouwmeester van Antwerpen. Een terugblik in zeven delen, langs hoogte- en dieptepunten.
Wat was de opdracht?
Een terugblik begint voor mij met de vraag: wat was de opdracht waarmee ik als voorzitter begon?Wat ik wilde bereiken, samen met de directeur, het bureau, de ledenraad en de leden, is dat we als architecten op de goede plekken aan tafel zitten, meedoen, met onze expertise invloed uitoefenen op hoe er in Nederland wordt gewerkt aan de gebouwde omgeving.
In een wereld waarin bouwen steeds ingewikkelder wordt, ziet men de architect soms als een probleem, een extra barrière in het proces. Terwijl architecten juist de oplossing zijn; ontwerpers kunnen met hun kennis helpen om visies gestalte te geven, plannen gerealiseerd te krijgen.
Als stedenbouwkundige ben ik altijd bezig geweest om voorwaarden te scheppen waarbinnen architecten hun beste werk kunnen maken. Die ervaring nam ik mee in het voorzitterschap.
Alle bureaus zijn relevant
Toen Anne Schroën begin 2024 aantrad als directeur, observeerde ze wat er speelde. Ik herinner me dat ze zei: zijn jullie ook wel eens aardig tegen elkaar, en ben je het wel eens met elkaar eens? We maken als architecten dingen heel snel inhoudelijk. Maar als je sterk aan tafel wilt zitten, is het zaak om op te treden als een krachtig collectief, en niet als een optelsom van particuliere meningen – die elkaar soms zelfs tegenspreken.
We hoeven het als BNA niet te hebben over architectonische opvattingen; wat goede of slechte architectuur is, kan iedere architect voor zich bedenken. Daarbij komt dat alle bureaus op dit moment relevant zijn. Dat werd mij duidelijk tijdens de eerste gesprekken die ik voerde met Tweede Kamerleden, over de gigantische ruimtelijke opgave waarvoor we als samenleving staan. Woningbouw, klimaat, sociaal-economische vraagstukken, en sinds vorig jaar komt daarbij de versterking van defensie. We hebben alle kennis en innovaties nodig; voor elke niche in de architectuur is een vanzelfsprekende plek.
Behaalde successen
Door de samenwerking met Anne en het BNA-bureau, besefte ik nog iets: architecten denken dat ze overal verstand van hebben. Maar we zijn onderdeel van processen die we niet beheersen, en hebben een organisatie – de BNA – nodig die ons daarbij helpt. Enerzijds naar binnen toe: hoe bundel je de krachten van alle architecten? Anderzijds naar buiten toe: hoe voer je gezamenlijk een lobby?
Er is momenteel genoeg werk, dat is goed nieuws. Nu is het zaak dat we goed worden gepositioneerd in het proces. Dat is nog niet overal vanzelfsprekend, maar ik zie zeker dat we successen hebben behaald op dit gebied. Gemeentes als Groningen en Rotterdam denken mee over hoe ze architecten moeten selecteren, zodanig dat de ontwerper matcht met de opgave en álle bureaus in aanmerking komen; van klein tot groot, van oud tot jong. Veel van de partners in de bouwkolom, zoals Aedes, VNO en Bouwend Nederland, voeren gesprekken met de BNA over wat goed opdrachtgeverschap betekent, en wat zij zelf daarin kunnen doen.
Een ander voorbeeld: toen Elanor Boekholt-O’Sullivan begin 2026 aantrad als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, ging zij – met het oog op het versnellen van de woningbouwproductie – kijken in een fabriek voor industrieel bouwen. Dat de fabrieksdirecteur mij ook voor die rondleiding uitnodigde, toont dat zij begreep: we hebben architecten nodig.
Goede gesprekken
Op het moment dat ik als voorzitter aan de slag ging, kwam er ook een nieuw BNA-bestuur. We waren het erover eens dat we wilden samenwerken aan het gesprek met de ledenraad en de leden. We wilden weten waar Nederlandse architectenbureaus zoal tegenaan lopen, en wat onze aandacht nodig heeft. Dat gesprek is georganiseerd door het waanzinnig betrokken BNA-bureau en heeft ons heel veel gebracht.
Twee veelgenoemde kwesties waren aanbestedingen en de continuïteit in opdrachten. Architecten worden regelmatig na het VO van een opdracht gehaald, of te laat bij een project wordt betrokken om een goede, efficiënte oplossing mogelijk te maken. Vooral aan de aanbestedingscultuur hebben we hard gewerkt, en daar zie ik ook verbeteringen. Zo is in 2025 de cao algemeen verbindend verklaard; een mijlpaal.
Interessant dieptepunt
In de aanloop naar de landelijke verkiezingen in 2025 kwam D66 met het idee om tien nieuwe steden te bouwen, als antwoord op de woningnood. In een podcast werd mijn mening gevraagd; ik zei dat het een onverstandig plan was. Vervolgens zette D66-voorzitter Rob Jetten mij weg als een chagrijnige ouwe man. Dat was voor mij een interessant dieptepunt, waarvan ik ook iets heb geleerd: je moet nooit zeggen dat iets niet kan, maar voortdurend met oplossingen komen.
Een les die daarop aansluit: blijf je boodschap herhalen. Het hoort bij ons vak om te denken: eenmaal geregeld, is het project rond. Maar in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Als je je omdraait, kan een politicus ineens zeggen: de welstand kunnen we wel afschaffen, of: architecten hebben we voor de bouw van flexwoningen niet nodig. Het werkt als een elastiekje; wanneer je de aandacht laat verslappen, schiet het terug. Lobbyen is ook een kwestie van onderhoud.
Is winnen wel zo gaaf?
Op 5 november 2024 werd mijn bureau De Zwarte Hond verkozen tot Architect van het Jaar; tegelijk met de herverkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten. Ik dacht plots: is winnen wel zo gaaf, wat zegt het eigenlijk? In de architectuur zijn we geneigd om ons te onderscheiden van de ander, al vanaf de ontwerpopleiding overheerst een competitieve instelling. Daardoor vergeten we regelmatig dat samenwerking ons veel meer brengt.
Als voorzitter heb ik geprobeerd om – het klinkt misschien wat abstract – een niveau te bepalen waarop ik iedereen bij elkaar kon brengen. Ik moest de Dolly Parton in Jeroen de Willigen zoeken.
Ik merk dat we nog steeds last hebben van architecten die niet vanuit gemeenschappelijkheid kunnen denken. Waardoor we elkaar uit positie halen. Als we niet weten hoe we daarmee moeten stoppen, is dat niet goed voor onszelf en voor de wereld. Mijn hoop is dat het een generatieding is. Ik heb de indruk dat jongere architecten meer zijn gericht op architectuur als collectieve onderneming, anders kijken naar auteurschap, successen willen delen.
Tot slot
Er is een roep om bouwen eenvoudiger te maken, waartegen we ons moeten verzetten. De ruimtelijke opgaven die er liggen, zijn namelijk ingewikkeld, er komt heel veel samen: politiek, sociaal, ecologisch, constructief, financieel. Architecten zijn getraind om al die aspecten bijeen te brengen, te verknopen; wij zijn als enigen niet bang voor complexiteit. Daarmee is ons eeuwenoude vak eens te meer relevant. Ondanks dat we voortdurend bezig zijn te veranderen – te versterken, zullen we niet meemaken dat het overbodig zal zijn.
Ik sluit mijn voorzitterschap af met een hoopvol gemoed.
Jeroen de Willigen



