Een gesprek dat stroef verloopt. Een ontwerp dat gaandeweg wordt afgezwakt. Onbegrip over besluiten die eerder in het project zijn genomen. Het zijn herkenbare situaties voor veel architecten. In de training Architect 360º, De rol van de architect in de praktijk leren, architecten bewuster kijken naar hun eigen rol in het bouwproces en krijgen ze meer grip op hun verantwoordelijkheid daarin.
Jelle Post, architect, oprichter van 1op1 Academy en auteur van Architect 360º, verzorgt de training. In zijn boek, podcast en trainingen maakt hij concreet welke vaardigheden (skills) en karaktereigenschappen (drills) een architect nodig heeft om stevig en dienstbaar in de praktijk te staan.
Door Oene Dijk
Wat is je achtergrond?
“Ik heb eerst aan de Hogeschool Windesheim gestudeerd en daarna aan de TU Delft. Op een bepaald moment werd ik gevraagd om les te geven, maar ik wilde per se de praktijk in. Ik wilde leren door het vak echt te doen.
Na mijn studie heb ik bij verschillende architectenbureaus gewerkt. Rond de crisis van 2008 heb ik veel ervaring opgedaan met planning, organisatie en het draaiend houden van een bureau. Later heb ik 1op1 Architectuur opgericht. Dat is inmiddels uitgegroeid tot een middelgroot bureau, waar woningbouw en utiliteitsbouw redelijk evenwichtig zijn verdeeld.
We hadden, en hebben nog steeds, een jong team met regelmatig nieuwe aanwas. Daardoor merkten we dat er behoefte was aan training. Niet alleen in vaktechnische vaardigheden, maar ook in reflectie, communicatie en samenwerking. Je kunt een goed ontwerp maken, maar als je het proces, het gesprek of jezelf niet goed leert hanteren, kun je alsnog vastlopen.”
En zo kwam Architect 360º tot stand?
“Ja. Ik ben veel gaan lezen over leiderschap, management en persoonlijke ontwikkeling. Denk bijvoorbeeld aan het werk van Stephen Covey en andere denkers op dat gebied. Ik heb samengevat wat ik las en dat vervolgens vertaald naar onze eigen praktijk.
In het begin hadden we op maandagochtend binnen het bureau een vast podium. De eerste achttien keer heb ik dat podium zelf ingevuld. Het ging dan over onderwerpen als gespreksvoering, onderhandelen, planning bewaken, projectmoeheid en verantwoordelijkheid nemen. Eigenlijk ging het steeds over twee vragen: wie ben je als professional en wat moet je kunnen?
Daaruit ontstond eerst het idee voor een podcast. Op basis daarvan ben ik verder gaan schrijven. Dat werd uiteindelijk de basis voor het boek Architect 360º. De kernvraag daarin is: welke concrete vaardigheden (skills) en welke karaktereigenschappen (drills) heb je nodig om als architect goed te functioneren?
Tegelijkertijd zag ik veel ontwikkelingen in de bouwwereld. De vraag die mij bezighield was: ontwikkelt de architect wel genoeg mee? We geven als architecten steeds meer verantwoordelijkheid uit handen. Met Architect 360º wil ik juist dat bewustzijn terugbrengen. Het gaat over vakmanschap en ook over bouwheerschap: verantwoordelijkheid nemen voor het geheel. Vanuit die gedachte zijn we de trainingen ook buiten ons eigen bureau gaan geven en biedt onder andere de BNA Academie deze aan.”
Je kunt een goed ontwerp maken, maar als je het proces, het gesprek of jezelf niet goed leert hanteren, kun je alsnog vastlopen.
Wat is het uitgangspunt van de training?
“Het uitgangspunt is dat je wilt groeien in je vak én als mens. Kunde en karakter horen bij elkaar. Groei vraagt onderhoud. Je moet blijven leren, blijven oefenen en blijven reflecteren.
Het boek en de podcast vormen daarbij een inhoudelijke basis. Je kunt de lessen opnieuw lezen of beluisteren en ze steeds weer naast je eigen praktijk leggen. Dat is belangrijk, want veel situaties in het vak keren terug. Gesprekken lopen vast, belangen botsen, planningen schuiven, ontwerpen veranderen en mensen verliezen soms het overzicht. Dan gaat het niet alleen om kennis, maar ook om professioneel handelen.
Binnen 1op1 Academy werken we met negen kennisblokken en twaalf karakterstenen. De kennisblokken gaan over vaardigheden zoals ontwerpen, begroten, plannen, samenwerken en aansturen. De karakterstenen gaan over persoonlijke vorming: keuzes maken, verantwoordelijkheid nemen, omgaan met tegenslag en werken vanuit integriteit en visie.
Dat model is niet in een studeerkamer bedacht. Het is ontstaan in de praktijk, samen met het team. Je kunt dit ook niet alleen doen. Je hebt anderen nodig om scherp te blijven. Daarbij bouw ik nadrukkelijk voort op het werk van anderen. Zoals vaak wordt gezegd: standing on the shoulders of giants.”
Hoe werkt dat model in de praktijk?
“Stel dat je merkt dat een project niet goed loopt. Dan kun je onderzoeken waar dat vandaan komt. Ligt het aan een gebrek aan discipline? Is er te weinig input? Worden besluiten niet goed vastgelegd? Is er onvoldoende visie? Of ontbreekt het aan echte aandacht voor de ander?
Door zo te kijken, wordt een probleem concreter. Je kunt dan gerichter werken aan verbetering. Dat vraagt wel tijd voor reflectie. In crisistijd lukt dat soms makkelijker, omdat de noodzaak duidelijk voelbaar is. In tijden van grote drukte is dat juist moeilijker. Dan moet je bewust ruimte maken om stil te staan bij wat er gebeurt.
Bij incompany-trainingen doen we dat heel gericht. We nemen samen de tijd om naar het bureau, het team en de dagelijkse praktijk te kijken. Vooral bij bureaus die groeien, ontstaat vaak een nieuwe laag van projectleiders of middenmanagement. Die mensen zijn vakinhoudelijk sterk. Tegelijk moeten ze ook leren aansturen, communiceren en verantwoordelijkheid dragen. Architect zijn is een vak, maar managen binnen een architectenbureau is óók een vak.”
De bouw verandert snel. Moeten het boek, de podcast en de trainingen dan steeds worden aangepast?
“De wereld verandert voortdurend. Kijk naar de aandacht voor regeneratieve architectuur, de invloed van AI en veranderende wetgeving. Natuurlijk moet je die ontwikkelingen blijven volgen.
De kernwaarden onder het boek en de trainingen blijven langer overeind. Ik zeg niet dat alles eeuwigheidswaarde heeft. Thema’s als verantwoordelijkheid, visie, discipline, compassie en geweten zijn niet trendgevoelig. Die blijven terugkomen.
Daarom werken we veel met praktijkvoorbeelden. De context verandert, maar de onderliggende vragen blijven vaak herkenbaar. Wie neemt verantwoordelijkheid? Wie luistert echt? Wie durft een keuze te maken? Wie bewaakt de richting van het project?
De training houdt deelnemers daarin een spiegel voor. En dat vraagt vertrouwen. Zeker als het over karaktervorming gaat. In mijn eigen bureau zie ik ook dat persoonlijke groei vaak lastiger is dan groeien in kennis. Iemand die binnenkomt met de houding ‘ik weet alles al’ leert meestal trager dan iemand die durft te zeggen: ‘ik heb nog veel te leren’. Als je vol bent van jezelf, is er weinig ruimte voor de ander. Groei vraagt dat je je durft te geven en dat je bereid bent om te delen.”
Gaat het daarmee ook over positie innemen?
“Zeker. Een belangrijke vraag is: wat voor architect wil je zijn? En wat voor bureau wil je zijn?
Vroeger was de architect veel meer bouwheer, denker en doener tegelijk. Later is die rol steeds verder opgeknipt. De ingenieur nam een deel van de rationele kant over, de architect werd vaker verantwoordelijk voor volume en façade, BIM nam een deel van het tekenwerk over en de financiële sturing kwam steeds sterker bij andere partijen te liggen. Dan moet je jezelf als architect opnieuw de vraag stellen: welke rol is er nog voor mij weggelegd?
Ik denk dat we de kracht van onze discipline niet moeten onderschatten. Architecten zijn getraind om iteratief te werken: steeds opnieuw kijken, toetsen, aanpassen en verbeteren. We zijn gewend om complexe vragen ruimtelijk, technisch, sociaal en economisch tegelijk te benaderen. Dat is waardevol.
Maar dan moet je wel positie innemen. Kies, doe, investeer. Wees het goede voorbeeld. Niet door jezelf groter te maken, maar door verantwoordelijkheid te nemen voor je rol in het proces.”
Architect zijn is een vak, maar managen binnen een architectenbureau is óók een vak.



