Afgelopen maandagmiddag organiseerde BNA samen met CRa en het Rijksvastgoedbedrijf twee sessies over aanbesteden tijdens de RVB Marktmiddag. Want wat is de insteek van het Rijksvastgoedbedrijf om een aanbesteding op een bepaalde manier uit te schrijven? En wat is de impact van bepaalde aanbestedingen op de markt? Doel van de sessies was wederzijds begrip creëren, inzicht bieden en bespreken hoe het beter kan.
De middag werd geopend door Rijksbouwmeester Francesco Veenstra, die reflecteerde op de aanbestedingscultuur in Nederland. Hij benoemde dat het RVB al belangrijke stappen zet, maar dat overheid en markt elkaar nog beter kunnen vinden. Ook stond hij stil bij het aanbestedingsdebat van het afgelopen jaar.
Aanbestedingsproducten: werking en impact
In de eerste sessie gingen Fokke van Dijk (RVB), Annemiek Bleumink (Paul de Ruiter Architects) in op de aanbestedingsproducten van het Rijksvastgoedbedrijf. Aan de hand van verschillende selectiemethodes: geschiktheidseisen, selectiecriteria en gunningscriteria, werd gekeken wat de mogelijke gevolgen zijn voor de bedrijfsvoering.
Daarbij ging het onder meer over de verhouding tussen inspanning en kans op opdracht, de werkdruk die aanbestedingen met zich meebrengen en het vermogen van bureaus om zich in beperkte tijd te onderscheiden.
Aanbestedingsvormen: wie doet er mee? En wie niet, en is dat erg?
De tweede sessie stond in het teken van de vorm van een aanbesteding. Centraal stond de vraag: wie doet er mee, wie niet, en is dat problematisch? Uit onderzoek van BNA blijkt dat een beperkt aantal architectenbureaus structureel inschrijft op ontwerpopdrachten van het RVB, terwijl een deel van de markt nauwelijks of niet participeert. Tegelijkertijd ligt er een grote opgave, waarbij juist een bredere groep architecten nodig is om innovatie, diversiteit en doorstroming van talent te waarborgen.
De sessies leverden waardevolle inzichten op over de toegankelijkheid van aanbestedingen en de manier waarop overheid en markt elkaar verder kunnen versterken.



