Stel: je ontwerpt een zorgvuldig opgesteld taakverdelingsoverzicht voor een complex bouwproject. Een AI-tool heeft een groot deel van het werk gedaan. Snel, gestructureerd en overtuigend. Maar dan blijkt dat één taak aan de verkeerde projectfase is toegewezen. Wie is verantwoordelijk? DNR2025 laat er geen twijfel over bestaan: de adviseur.
Architecten en ingenieurs maken in toenemende mate gebruik van AI. Ontwerpen worden ermee gegenereerd, adviesteksten opgesteld, constructieberekeningen gecheckt. Logisch, want AI kan de kwaliteit en efficiëntie van het adviesproces aanzienlijk verbeteren. DNR2025 omarmt die ontwikkeling: de adviseur mag AI-hulpmiddelen gebruiken.
Maar, en dit is het cruciale punt, dat gebruik moet passen binnen de bestaande wet- en regelgeving en beroepsnormen. Denk aan de EU AI Act, die een risicogebaseerde benadering hanteert en specifieke eisen stelt aan AI-systemen in de advies- en bouwsector. Er komen vanuit DNR2025 geen ingewikkelde nieuwe verplichtingen bij. De norm die al gold, zorgvuldig, onafhankelijk en vakbekwaam werken, geldt simpelweg ook wanneer een AI-tool een deel van het werk heeft voorbereid.
AI-modellen zijn indrukwekkend, maar ze maken fouten. Een berekening die er netjes uitziet kan uitgaan van een verkeerde belastingaanname. Een rapport dat plausibel klinkt kan feitelijk onjuist zijn. Het is en blijft de taak van de adviseur om AI-uitkomsten kritisch te toetsen aan de werkelijke stukken en normen, en zo nodig te corrigeren. Artikel 15.2 DNR is daarin helder en geeft één kernregel: AI-uitkomsten worden beoordeeld door de adviseur. Die verantwoordelijkheid is ook logisch vanuit het perspectief van de opdrachtgever. Sluipt er via een AI-tool een fout in het advies, dan is de adviseur aansprakelijk, precies zoals bij werk dat volledig zonder AI-ondersteuning tot stand is gekomen. De opdrachtgever mag dezelfde kwaliteit en dezelfde professionele standaard verwachten, ongeacht welke hulpmiddelen er achter de schermen zijn gebruikt.
Dan twee praktische aandachtspunten. Wees bij AI-gebruik transparant. Vraagt een opdrachtgever hoe AI bij de opdracht is ingezet, dan geeft de adviseur daarover informatie voor zover dat relevant is voor de beoordeling van het resultaat. Elk hulpmiddel spontaan melden is niet vereist, maar wie ernaar vraagt heeft recht op een eerlijk antwoord. Ga daarnaast zorgvuldig om met informatie. Vertrouwelijke contractstukken, projecttekeningen of persoonsgegevens klakkeloos in een openbare AI-chatbot plakken botst met de geheimhoudings- en privacyverplichtingen die de adviseur al heeft op grond van artikelen 6 en 7 van DNR2025. AI-gebruik is geen vrijbrief om vertrouwelijk materiaal onzorgvuldig te behandelen.
DNR2025 sluit de deur niet voor innovatie. Maar de regeling maakt wel duidelijk dat technologie een hulpmiddel is, geen vervanging voor professioneel oordeel. AI maakt het werk sneller en soms beter. Maar de verantwoordelijkheid voor het eindresultaat blijft bij de adviseur. Precies zoals het hoort.



